Strafrecht overig

Poging tot doodslag door met vuurwapen meermalen in richting van ander te schieten tijdens vuurgevecht n.a.v…

Hoge Raad, 18 april 2023

Zaakgegevens

Op 18 april 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 april 2023
Datum publicatie
16 april 2023
Zaaknummer
21/04756
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:599
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot doodslag door met vuurwapen meermalen in richting van ander te schieten tijdens vuurgevecht n.a.v. uit de hand gelopen drugsdeal, art. 287 Sr. Noodweer, art. 41.1 Sr. Zijn gedragingen van verdachte aanvallend van aard?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/04782.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 november 2021

    ECLI:NL:GHARL:2021:10551
  2. Conclusie A-G · 10 januari 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:16
  3. Hoge Raad · 18 april 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:599

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04756

Datum 18 april 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 november 2021, nummer 21-001473-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft F.J.E. Hogewind, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma, J.C.A.M. Claassens, A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2023.