Strafrecht overig
Poging tot moord (art. 289 Sr), medeplegen bedreiging (art. 285.1 Sr), voorhanden hebben van vuurwapen (art…
Hoge Raad, 18 april 2023
ECLI:NL:HR:2023:604 · Hoge Raad · 18 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-604
Zaakgegevens
Op 18 april 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 april 2023
- Datum publicatie
- 16 april 2023
- Zaaknummer
- 22/01094
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:604
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Poging tot moord (art. 289 Sr), medeplegen bedreiging (art. 285.1 Sr), voorhanden hebben van vuurwapen (art. 26.1 WWM) en openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr). 1. Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten m.b.t. poging tot moord dat verklaringen van aangever en getuige onbetrouwbaar zijn. 2. Uos m.b.t. poging tot moord dat niet verdachte maar medeverdachte het schot heeft gelost. 3. Afwijzing (voorwaardelijke) getuigenverzoeken. 4. Afwijzing aanhoudingsverzoek teneinde OVC-opnames te kunnen beluisteren. 5. Bewijsklacht voorbedachte raad. 6. Heeft hof verzuimd te beslissen op (voorwaardelijk) verzoek tot verrichten van nadere onderzoekshandelingen? 7. Heeft hof verzuimd te beslissen op (voorwaardelijk) verzoek tot oproepen van getuige-deskundige? 8. Uos m.b.t. poging tot moord dat OVC-gesprekken niet bruikbaar zijn voor bewijs. 9. Strafmotivering (gevangenisstraf van 14 jaren en 5 maanden). Straftoemetingsverweer dat opgelegde gevangenisstraf t.g.v. overschrijding redelijke termijn zal worden tenuitvoergelegd onder nieuwe regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling.
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 25 maart 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:979Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 maart 2023
ECLI:NL:PHR:2023:245Hoge Raad · 18 april 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:604
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01094
Datum 18 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 maart 2022, nummer 23-000710-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben M. Berndsen en K. Canatan, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2023.