Strafrecht overig

Gewoonte maken van wapenhandel (art. 31.1 jo. 55.4 WWM), voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art…

Zaakgegevens

Op 9 mei 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 mei 2023
Datum publicatie
9 mei 2023
Zaaknummer
21/03523
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:689
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Gewoonte maken van wapenhandel (art. 31.1 jo. 55.4 WWM), voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM) en hennepteelt (art. 3.B Opiumwet). 1. Bewijsklacht wapenhandel. Kon hof voor bewijs gebruik maken van processen-verbaal van bevindingen m.b.t. WOD-traject, nu verdachte daarin niet in vrijheid een verklaring heeft kunnen afleggen? 2. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof volstaan met constatering dat redelijke termijn is overschreden?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/03470 en 21/03525 P.

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 19 februari 2019

    ECLI:NL:RBGEL:2019:666
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 augustus 2021

    ECLI:NL:GHARL:2021:7618
  3. Conclusie A-G · 7 maart 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:248
  4. Hoge Raad · 9 mei 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:689

  5. Uitspraak · 2023

    ECLI:NL:HR:2023:601

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03523

Datum 9 mei 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 augustus 2021, nummer 21-001137-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.J.M.J. Damen, advocaat te Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 mei 2023.