Strafrecht overig

Medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr). Kon hof oordelen dat sprake is van…

Zaakgegevens

Op 24 januari 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 januari 2023
Datum publicatie
20 januari 2023
Zaaknummer
21/02047
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:80
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr). Kon hof oordelen dat sprake is van wederrechtelijke vrijheidsberoving, i.h.b. vanwege de feiten en omstandigheden die hof daaraan ten grondslag heeft gelegd?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 29 november 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:1009
  2. Hoge Raad · 24 januari 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:80

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/02047

Datum 24 januari 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 april 2021, nummer 23-002898-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2023.