Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit soortgelijke feiten a.b.i. art. 36e.2 (oud) Sr na veroordeling t.z.v. handel in…

Hoge Raad, 27 juni 2023

Zaakgegevens

Op 27 juni 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 juni 2023
Datum publicatie
26 juni 2023
Zaaknummer
21/04307 P
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:988
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit soortgelijke feiten a.b.i. art. 36e.2 (oud) Sr na veroordeling t.z.v. handel in MDMA en witwassen. 1. Berekeningsmethode voor bepaling van w.v.v. (transactieberekening of methode van kasopstelling). Sluit transactieberekening het meest aan bij voordeel dat betrokkene daadwerkelijk heeft behaald, terwijl methode van kasopstelling tot hoger bedrag aan w.v.v. leidt? 2. Bestaan er voldoende aanwijzingen dat betrokkene heeft gehandeld in precursoren (PMK) en derhalve soortgelijke feiten heeft begaan a.b.i. art. 36e.2 (oud) Sr? 3. Kon hof oordelen dat handel in PMK (en/of pre-precursoren) in bewezenverklaarde periode en onder gegeven omstandigheden strafbaar was en dus kan dienen als grondslag voor ontneming? 4. Kon hof oordelen dat handel in PMK kan worden beschouwd als ‘soortgelijk feit’ in de zin van art. 36e.2 (oud) Sr en dus kan dienen als grondslag voor ontneming?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/04308 P.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 16 mei 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:514
  2. Hoge Raad · 27 juni 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:988

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04307 P

Datum 27 juni 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 14 oktober 2021, nummer 22-000517-19, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2023.