Strafrecht overig

Oplichting (art. 326.1 Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 4 maanden). Heeft hof ten onrechte rekening…

Hoge Raad, 9 juli 2024

Zaakgegevens

Op 9 juli 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 juli 2024
Datum publicatie
4 juli 2024
Zaaknummer
22/02633
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1016
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Oplichting (art. 326.1 Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 4 maanden). Heeft hof ten onrechte rekening gehouden met feit dat verdachte blijkens uittreksel JD tweemaal eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten, terwijl dit volgens inhoud JD feitelijk onjuist is?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/02628.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 13 juli 2022

    ECLI:NL:GHSHE:2022:2611
  2. Conclusie A-G · 11 juni 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:613
  3. Hoge Raad · 9 juli 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1016

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/02633

Datum 9 juli 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 juli 2022, nummer 20-001821-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.W.L.A.M. Koppen, advocaat in Eindhoven, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2024.