Strafrecht overig

Medeplegen diefstal d.m.v. braak van (tropische) vogels uit vogelpark, art. 311.1 Sr. Verweer dat verklaring…

Hoge Raad, 10 september 2024

Zaakgegevens

Op 10 september 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 september 2024
Datum publicatie
3 september 2024
Zaaknummer
22/03597
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1126
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen diefstal d.m.v. braak van (tropische) vogels uit vogelpark, art. 311.1 Sr. Verweer dat verklaring van medeverdachte onbetrouwbaar is.

HR: art. 81.1 RO. CAG merkt op dat Rb en hof hebben verzuimd beslissing te nemen op vordering benadeelde partij.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 22 september 2022

    ECLI:NL:GHDHA:2022:1837
  2. Conclusie A-G · 18 juni 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:559
  3. Hoge Raad · 10 september 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1126

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/03597 E

Datum 10 september 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag, economische kamer, van 22 september 2022, nummer 22-002646-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J.M. Oerlemans, advocaat in 's-Hertogenbosch, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 september 2024.