Strafrecht overig

Lichamelijk letsel door schuld in verkeer (meermalen gepleegd) door op provinciale (tweebaans-)weg in flauwe…

Hoge Raad, 15 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 15 oktober 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 oktober 2024
Datum publicatie
9 oktober 2024
Zaaknummer
22/02072
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1403
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Lichamelijk letsel door schuld in verkeer (meermalen gepleegd) door op provinciale (tweebaans-)weg in flauwe bocht met auto volledig op verkeerde weghelft terecht te komen en vervolgens frontaal met tegemoetkomende auto in botsing te komen, art. 6 WVW 1994. Vrijspraak in eerste aanleg van primair tlgd. art. 6 WVW 1994 en veroordeling voor subsidiair tlgd. art. 5 WVW 1994. 1. Bewijsklachten schuld a.b.i. art. 6 WVW 1994. Is oordeel hof dat verdachte “langere tijd dan een enkel kort moment afwezig (en aldus onvoorzichtig en onoplettend) is geweest” toereikend gemotiveerd? 2. Bewijsklachten toebrengen zwaar lichamelijk letsel en zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in uitoefening van normale bezigheden ontstaat a.b.i. art. 6 WVW 1994.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 31 mei 2022

    ECLI:NL:GHDHA:2022:3007
  2. Conclusie A-G · 27 augustus 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:829
  3. Hoge Raad · 15 oktober 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1403

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/02072

Datum 15 oktober 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 31 mei 2022, nummer 22-001121-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat de hoogte van de opgelegde geldboete betreft, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beoordeling van het derde cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

3.2

Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde geldboete van € 1.000, subsidiair 20 dagen hechtenis.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis;

- vermindert de geldboete en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze € 900, subsidiair 18 dagen hechtenis, bedragen;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2024.

ECLI:NL:HR:2024:1403 – Lichamelijk letsel door schuld in verkeer (meermalen… | Uitspraken.nl