Strafrecht overig
Dood door schuld in het verkeer door in 2019 in Heerhugowaard als bestuurder van auto met zeer hoge snelheid…
Hoge Raad, 16 januari 2024
ECLI:NL:HR:2024:16 · Hoge Raad · 16 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-16
Zaakgegevens
Op 16 januari 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 januari 2024
- Datum publicatie
- 10 januari 2024
- Zaaknummer
- 22/04691
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:16
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dood door schuld in het verkeer door in 2019 in Heerhugowaard als bestuurder van auto met zeer hoge snelheid een overstekende fietsster aan te rijden, art. 6 WVW 1994. 1. Bewijsklachten. 2. Toepassing van strafverzwarende omstandigheid van art. 175.3 (oud) WVW 1994 (ernstige overschrijding van maximumsnelheid). 3. Overschrijding redelijke termijn in eerste aanleg. Kon hof volstaan met constatering dat redelijke termijn in e.a. is overschreden?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 13 december 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:3523Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 november 2023
ECLI:NL:PHR:2023:1015Hoge Raad · 16 januari 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:16
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04691
Datum 16 januari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 december 2022, nummer 23-000102-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J. Kuijper en D.W.E. Sternfeld, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2024.