Strafrecht overig

Feitelijke aanranding van eerbaarheid (art. 246 (oud) Sr), seksuele verleiding van minderjarige (art. 248a…

Hoge Raad, 19 november 2024

Zaakgegevens

Op 19 november 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 november 2024
Datum publicatie
19 november 2024
Zaaknummer
23/03730
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1698
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Feitelijke aanranding van eerbaarheid (art. 246 (oud) Sr), seksuele verleiding van minderjarige (art. 248a (oud) Sr) en verspreiden, aanbieden, verwerven en in bezit hebben van kinderporno, meermalen gepleegd (art. 240b (oud) Sr). TBS met dwangverpleging opgelegd. 1. Bewijsklacht feitelijke aanranding van eerbaarheid t.a.v. causaal verband tussen dwang en verrichte handelingen. 2. Afwijzing van ttz. in hoger beroep (voorwaardelijk) gedaan verzoek om rapporterend psychiater en hoofdbehandelaar als deskundigen te horen, op de grond dat het horen van deskundigen niet noodzakelijk is omdat hof zich voldoende voorgelicht acht.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15 september 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:2992
  2. Conclusie A-G · 17 september 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:948
  3. Hoge Raad · 19 november 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1698

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03730

Datum 19 november 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 september 2023, nummer 20-000321-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat in Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 november 2024.