Strafrecht overig

Verkopen, verstrekken en vervoeren van cocaïne, meermalen gepleegd (art. 2.B Opiumwet). Verweer strekkende…

Hoge Raad, 6 februari 2024

Zaakgegevens

Op 6 februari 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 februari 2024
Datum publicatie
5 februari 2024
Zaaknummer
22/00461
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:181
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verkopen, verstrekken en vervoeren van cocaïne, meermalen gepleegd (art. 2.B Opiumwet). Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van “aangetroffen wikkels en opgenomen telefoonverkeer” dan wel strafvermindering m.b.t. telefoontap en observatie, art. 359a Sv. 1. Heeft hof toereikend gemotiveerd beslist dat RC in redelijkheid kon oordelen dat sprake was van verdenking a.b.i. art. 126m.1 Sv, terwijl hof niet beschikte over het aan oordeel van RC ten grondslag liggende p-v? 2. Kon hof volstaan met constatering dat niet tijdig op schrift stellen van mondelinge machtiging door RC een onherstelbaar vormverzuim oplevert? 3. Kon hof oordelen dat uitgevoerde observaties niet geschikt zijn geweest om van bepaalde aspecten van persoonlijk leven van verdachte een min of meer compleet beeld te verkrijgen?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 10 februari 2022

    ECLI:NL:GHAMS:2022:580
  2. Conclusie A-G · 12 december 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:1130
  3. Hoge Raad · 6 februari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:181

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00461

Datum 6 februari 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 februari 2022, nummer 23-000727-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2024.