Strafrecht overig
Medeplegen mensenhandel, meermalen gepleegd (art. 273f.1 Sr) en medeplegen gewoontewitwassen van daaruit…
Hoge Raad, 10 december 2024
ECLI:NL:HR:2024:1828 · Hoge Raad · 10 december 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1828
Zaakgegevens
Op 10 december 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 december 2024
- Datum publicatie
- 9 december 2024
- Zaaknummer
- 22/02142
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1828
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen mensenhandel, meermalen gepleegd (art. 273f.1 Sr) en medeplegen gewoontewitwassen van daaruit verkregen opbrengsten, meermalen gepleegd (art. 420ter.1 jo. 420bis). 1. Bewijsklachten uitbuiting en opzettelijk voordeel trekken uit uitbuiting a.b.i. art. 273f Sr. Is sprake van uitbuitingssituatie gelet op instemming van slachtoffer? 2. Kwalificatieklacht gewoontewitwassen t.a.v. overdragen en omzetten van uit eigen misdrijf verkregen geldbedragen. 3. Eendaadse samenloop, art. 55 Sr. Had hof t.a.v. opzettelijk voordeel trekken uit uitbuiting van slachtoffers (art. 273f.1.6 Sr) en gewoontewitwassen van opbrengsten uit de door hen verrichte prostitutiewerkzaamheden (art. 420ter Sr) eendaadse samenloop moeten aannemen?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/02143 en 22/02186.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 november 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1078Hoge Raad · 10 december 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1828
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/02142
Datum 10 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 juni 2022, nummers 23-004352-16 en 23-004353-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. Het derde cassatiemiddel is schriftelijk toegelicht.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vier jaren.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze drie jaren en tien maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2024.