Strafrecht overig
Jeugdzaak. Eendaadse samenloop van medeplegen verkrachting (art. 242 (oud) Sr) en mishandeling (art. 300.1…
Hoge Raad, 17 december 2024
ECLI:NL:HR:2024:1869 · Hoge Raad · 17 december 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1869
Zaakgegevens
Op 17 december 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 december 2024
- Datum publicatie
- 12 december 2024
- Zaaknummer
- 23/03555
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1869
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Jeugdzaak. Eendaadse samenloop van medeplegen verkrachting (art. 242 (oud) Sr) en mishandeling (art. 300.1 Sr). 1. Bewijsklacht verkrachting. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster en getuige, art. 359.2 Sv.
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/03520 J.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 31 augustus 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:3144Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 november 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1154Hoge Raad · 17 december 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1869
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03555 J
Datum 17 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 31 augustus 2023, nummer 23-001059-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft F.T.C. Dölle, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2024.