Strafrecht overig

Caribische zaak. Liquidaties bij supermarkt, restaurant en bar in Sint Maarten. Medeplegen (poging tot)…

Hoge Raad, 27 februari 2024

Zaakgegevens

Op 27 februari 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 februari 2024
Datum publicatie
22 februari 2024
Zaaknummer
22/04306
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:266
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Caribische zaak. Liquidaties bij supermarkt, restaurant en bar in Sint Maarten. Medeplegen (poging tot) moord, meermalen gepleegd (art. 2:262 jo. 1:123 en 1:119 SrStM), medeplegen doodslag (art. 2:259 jo. 1:123 SrStM) en voorhanden hebben van pistool en patronen (art. 3.1 Vuurwapenverordening). Veroordeling tot levenslange gevangenisstraf. 1. Verweer t.a.v. niet voegen van verschillende zaken in eerste aanleg. 2. Vermelding van tz. naar aanleiding waarvan uitspraak is gewezen, art. 392 en 394 SvStM. Had hof in zijn uitspraak moeten specificeren om welke tz. het gaat? 3. Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting of strafvermindering vanwege onrechtmatig onderzoek aan telefoon van verdachte, art. 413.5 SvStM. 4. Bewijsklachten (liquidatie bij supermarkt) t.a.v. vluchtauto, door verdachte gebruikte telefoon, medeplegen en opzet op dood van slachtoffers. 5. Bewijsklachten (liquidatie bij restaurant). Verweer dat betrokkenheid van verdachte bij schietpartij niet uit telecombewijs kan blijken en verweer m.b.t. voorbedachte raad. 6. Bewijsklachten (liquidatie bij bar). Verweer m.b.t. onbetrouwbaarheid van verklaringen van medeverdachte (art. 402.2 SvStM), rol van verdachte en voorbedachte raad.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 9 januari 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:21
  2. Hoge Raad · 27 februari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:266

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04306 C

Datum 27 februari 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 9 november 2022, nummer H 145/20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2024.