Strafrecht overig

Witwassen van geldbedrag (€ 4.455,60), art. 420bis.1.b Sr. Bewijsklacht. Kon hof verklaring van verdachte…

Hoge Raad, 16 januari 2024

Zaakgegevens

Op 16 januari 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 januari 2024
Datum publicatie
12 januari 2024
Zaaknummer
22/00192
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:27
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Witwassen van geldbedrag (€ 4.455,60), art. 420bis.1.b Sr. Bewijsklacht. Kon hof verklaring van verdachte, die inhoudt dat verdachte zich op zwijgrecht beroept, voor bewijs gebruiken?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 januari 2022

    ECLI:NL:GHSHE:2022:2119
  2. Conclusie A-G · 12 december 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:1118
  3. Hoge Raad · 16 januari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:27

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00192

Datum 16 januari 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 januari 2022, nummer 20-003033-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, S. van den Akker en M.J. van Berlo, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2024.