Strafrecht overig

Belaging van ex-vriendin door gedurende periode van 11 weken veelvuldig per e-mail of brief en telefonisch…

Hoge Raad, 16 januari 2024

Zaakgegevens

Op 16 januari 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 januari 2024
Datum publicatie
12 januari 2024
Zaaknummer
22/00445
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:28
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Belaging van ex-vriendin door gedurende periode van 11 weken veelvuldig per e-mail of brief en telefonisch contact met haar te zoeken (art. 285b.1 Sr). Bewijsklachten over exacte frequentie van de contactpogingen (i.h.k.v. stelselmatigheid), innerlijke tegenstrijdigheid i.v.m. opzet van verdachte en het oogmerk om aangeefster ‘te dwingen iets niet te doen’.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/00625.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 21 november 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:1008
  2. Hoge Raad · 16 januari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:28

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00445

Datum 16 januari 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 februari 2022, nummer 22-003440-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en S. van den Akker, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2024.