Strafrecht overig
Belaging van ex-vriendin door gedurende periode van 5 maanden veelvuldig per e-mail of brief en telefonisch…
ECLI:NL:HR:2024:29 · Hoge Raad · 16 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-29
Zaakgegevens
Op 16 januari 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 januari 2024
- Datum publicatie
- 12 januari 2024
- Zaaknummer
- 22/00625
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:29
Samenvatting
Belaging van ex-vriendin door gedurende periode van 5 maanden veelvuldig per e-mail of brief en telefonisch contact met haar te zoeken (art. 285b.1 Sr). 1. Bij bewezenverklaring en in strafverzwarende zin bij strafoplegging (voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand, taakstraf van 40 uren en vrijheidsbeperkende maatregel voor 2 jaren) betrekken van strafrechtelijke veroordeling die nog niet onherroepelijk is. 2. Strafmotivering, oplegging gebieds- en contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr). Kon hof i.v.m. opgelegde vrijheidsbeperkende maatregelen 2 maal totale duur van vervangende hechtenis van 6 maanden bepalen? Art. 38w.3 Sr.
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/00445.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 16 februari 2022
ECLI:NL:GHDHA:2022:210Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 november 2023
ECLI:NL:PHR:2023:1040Hoge Raad · 16 januari 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:29
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/00625
Datum 16 januari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 februari 2022, nummer 22-002606-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en S. van den Akker, beiden advocaat te Rotterdam, en P. van Dongen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2024.