Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Belgische autoriteiten op 2 mobiele…

Hoge Raad, 23 april 2024

Zaakgegevens

Op 23 april 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 april 2024
Datum publicatie
17 april 2024
Zaaknummer
23/03846
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:616
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Belgische autoriteiten op 2 mobiele telefoons onder klager t.z.v. verdenking van poging tot afpersing, belaging, wederrechtelijke vrijheidsberoving en bendevorming. Kon Rb oordelen dat met beslaglegging op telefoons geen fundamentele (rechts)beginselen zijn geschonden, nu voor Nederlandse autoriteiten alle gelegenheid heeft bestaan om telefoons uit te lezen en databestanden over te dragen aan Belgische autoriteiten?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 2 april 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:340
  2. Hoge Raad · 23 april 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:616

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03846 Br

Datum 23 april 2024

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 3 oktober 2023, nummer RK 23/017882, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2024.