Strafrecht overig
Niet opzettelijk aanwezig hebben van heroïne en cocaïne, art. 2.C Opiumwet. 1. Bewijsklachten ‘aanwezig…
Hoge Raad, 23 april 2024
ECLI:NL:HR:2024:617 · Hoge Raad · 23 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-617
Zaakgegevens
Op 23 april 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 april 2024
- Datum publicatie
- 17 april 2024
- Zaaknummer
- 22/02992
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:617
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niet opzettelijk aanwezig hebben van heroïne en cocaïne, art. 2.C Opiumwet. 1. Bewijsklachten ‘aanwezig hebben’. 2. Strafmotivering (90 dagen hechtenis, waarvan 50 dagen voorwaardelijk), art. 359.6 Sv. Heeft hof (onvoorwaardelijk opgelegd deel van) hechtenis voldoende gemotiveerd?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 maart 2024
ECLI:NL:PHR:2024:304Hoge Raad · 23 april 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:617
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/02992
Datum 23 april 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 juli 2022, nummer 22-000415-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2024.