Strafrecht overig

Mishandeling door 73-jarige man een klap te geven waardoor deze ten val komt en hoofdletsel oploopt, art…

Hoge Raad, 23 april 2024

Zaakgegevens

Op 23 april 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 april 2024
Datum publicatie
19 april 2024
Zaaknummer
22/01683
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:645
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mishandeling door 73-jarige man een klap te geven waardoor deze ten val komt en hoofdletsel oploopt, art. 300.1 Sr. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade. Is oordeel hof dat b.p. immateriële schade heeft geleden toereikend gemotiveerd?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 19 maart 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:267
  2. Hoge Raad · 23 april 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:645

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01683

Datum 23 april 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 3 mei 2022, nummer 22-000499-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.B. Spaargaren, advocaat in Den Haag, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2024.