Strafrecht overig

Voorhanden hebben van vuurwapen en munitie in auto (art. 26.1 WWM). Bewijsklachten voorhanden hebben. Meer en…

Hoge Raad, 26 april 2024

Zaakgegevens

Op 26 april 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 april 2024
Datum publicatie
24 april 2024
Zaaknummer
22/01703
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:657
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorhanden hebben van vuurwapen en munitie in auto (art. 26.1 WWM). Bewijsklachten voorhanden hebben. Meer en Vaart-verweer m.b.t. alternatief scenario en wetenschap van en beschikkingsmacht over vuurwapen en munitie.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 9 april 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:390
  2. Hoge Raad · 26 april 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:657

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01703

Datum 26 april 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 4 mei 2022, nummer 22-002636-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J. Kuijper en D.W.E. Sternfeld, beiden advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. Bij aanvullende schriftuur is dit cassatiemiddel ingetrokken en een nieuw cassatiemiddel voorgesteld. De aanvullende schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 april 2024.