Strafrecht overig

Dood door schuld in het verkeer door in 2019 in Lelystad als bestuurder van auto met zeer hoge snelheid te…

Zaakgegevens

Op 30 januari 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 januari 2024
Datum publicatie
24 januari 2024
Zaaknummer
23/00962
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:76
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Dood door schuld in het verkeer door in 2019 in Lelystad als bestuurder van auto met zeer hoge snelheid te botsen op andere auto als gevolg waarvan twee inzittenden zijn overleden en derde zwaargewond is geraakt, art. 6 WVW 1994. 1. Is sprake van schuld a.b.i. art. 6 WVW 1994? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 24 maanden en ontzegging van rijbevoegdheid van 5 jaren). Kon hof de opgelegde straf mede baseren op omstandigheid dat verdachte “t.z.v. bewezenverklaarde feiten geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen heeft genomen en weinig blijk heeft gegeven van compassie met nabestaanden en slachtoffer”?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 8 maart 2023

    ECLI:NL:GHARL:2023:1859
  2. Conclusie A-G · 9 januari 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:25
  3. Hoge Raad · 30 januari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:76

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00962

Datum 30 januari 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 maart 2023, nummer 21-000423-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. BroekhuizenMeuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 januari 2024.