Strafrecht overig
Caribische zaak. Profijtontneming, w.v.v. uit mensenhandel. 1. Was hof in ontnemingsprocedure gehouden te…
Hoge Raad, 28 mei 2024
ECLI:NL:HR:2024:762 · Hoge Raad · 28 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-762
Zaakgegevens
Op 28 mei 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 mei 2024
- Datum publicatie
- 24 mei 2024
- Zaaknummer
- 23/00209
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:762
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Caribische zaak. Profijtontneming, w.v.v. uit mensenhandel. 1. Was hof in ontnemingsprocedure gehouden te beslissen op verzoek tot horen van getuigen en kon hof eerder afgelegde verklaringen van deze getuigen ten grondslag leggen aan ontnemingsbeslissing? 2. Verwijzing naar schriftuur in samenhangende strafzaak. Heeft hof beslissing tot ontneming van w.v.v. gebaseerd op strafbare feiten waaromtrent onvoldoende aanwijzingen bestonden dat deze door haar zijn begaan? 3. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof oordelen dat geen sprake is van overschrijding van redelijke termijn?
HR art. 81.1 RO. Samenhang met 23/00205 C, 23/00296 PC, 23/00207 C en 23/00208 C.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 maart 2024
ECLI:NL:PHR:2024:282Hoge Raad · 28 mei 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:762
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/00209 PC
Datum 28 mei 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 15 december 2022, nummer H 32/2020, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Valkenswaard, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep in cassatie.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 mei 2024.