Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit diefstal van loten. Motivering schatting w.v.v. Kon hof bij berekening van…

Hoge Raad, 9 januari 2024

Zaakgegevens

Op 9 januari 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 januari 2024
Datum publicatie
10 januari 2024
Zaaknummer
22/00118
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:9
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit diefstal van loten. Motivering schatting w.v.v. Kon hof bij berekening van voordeel aanschafwaarde van niet-betaalde loten (waarop geen prijs is gevallen) betrekken?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 november 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:1031
  2. Hoge Raad · 9 januari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:9

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00118 P

Datum 9 januari 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 januari 2022, nummer 21-002475-20, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft A. Boumanjal, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 januari 2024.