Strafrecht overig
Deelneming aan criminele organisatie die tot oogmerk heeft plegen van moord, voorbereiden van moord en bezit…
Hoge Raad, 8 juli 2025
ECLI:NL:HR:2025:1069 · Hoge Raad · 8 juli 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1069
Zaakgegevens
Op 8 juli 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 juli 2025
- Datum publicatie
- 1 juli 2025
- Zaaknummer
- 24/00023
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1069
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Deelneming aan criminele organisatie die tot oogmerk heeft plegen van moord, voorbereiden van moord en bezit van vuurwapens en munitie (art. 140.1 Sr). 1. Strafmotivering (gevangenisstraf van 5 jaren). Kon hof oordelen dat beginselen van behoorlijke procesorde niet meebrengen dat in eerdere strafzaak opgelegde gevangenisstraf moet leiden tot vermindering van in deze zaak opgelegde gevangenisstraf? 2. Redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep. Kon hof oordelen dat geen sprake is van overschrijding redelijke termijn in feitelijke aanleg.
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/05033, 23/05123, 24/00081 en 24/00085.
Procesgang
Rechtbank Noord-Holland · 19 januari 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:303Gerechtshof Amsterdam · 22 december 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:3574(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 april 2025
ECLI:NL:PHR:2025:412Hoge Raad · 8 juli 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1069
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/00023
Datum 8 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 december 2023, nummer 23-000216-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2025.