Strafrecht overig

Caribische zaak. Opzettelijk niet voldoen aan inlichtingenverplichting na subsidietoekenning in het kader van…

Hoge Raad, 11 februari 2025

Zaakgegevens

Op 11 februari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 februari 2025
Datum publicatie
18 december 2024
Zaaknummer
23/02025
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:14
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Caribische zaak. Opzettelijk niet voldoen aan inlichtingenverplichting na subsidietoekenning in het kader van tijdelijke steun wegens coronavirus op Bonaire, art. 232b Sr BES en art. 9 Tijdelijke subsidieregeling loonkosten en inkomensverlies CN. Bewijsklachten opzet.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 3 december 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1309
  2. Hoge Raad · 11 februari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:14

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02025 C

Datum 11 februari 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 13 april 2023, nummer H 83/2021, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2025.