Strafrecht overig

In werking zijnd metamfetaminelab (chrystal meth) in loods in Westdorpe. Eendaadse samenloop van medeplegen…

Hoge Raad, 30 september 2025

Zaakgegevens

Op 30 september 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 september 2025
Datum publicatie
26 september 2025
Zaaknummer
23/01345
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1405
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

In werking zijnd metamfetaminelab (chrystal meth) in loods in Westdorpe. Eendaadse samenloop van medeplegen bewerken van metamfetamine (art. 2.B Opiumwet) en medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. dat feit (art. 10a jo. 10.4 en 10.5 Opiumwet) in periode van 1-10-2020 t/m 30-11-2020 en aanwezig hebben van 278 kilo en 350 liter metamfetamine(base) op 30-11-2020. 1. Bewijsklacht t.a.v. voorbereidingshandelingen. Kan uit bewijsvoering volgen dat verdachte opzet heeft gehad op voorbereiding van het buiten grondgebied brengen van Nederland van metamfetamine? 2. Eendaadse samenloop of meerdaadse samenloop (t.a.v. aanwezig hebben en voorbereidingshandelingen), art. 55.1 en 57 Sr. Belang bij cassatie?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 30 maart 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:1196
  2. Conclusie A-G · 26 augustus 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:897
  3. Hoge Raad · 30 september 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1405

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01345

Datum 30 september 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 maart 2023, nummer 20-002983-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

3.2

Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vier jaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze drie jaren en tien maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2025.