Strafrecht overig
Aanwezig hebben van cocaïne (art. 2.C Opiumwet), aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet) en…
Hoge Raad, 7 oktober 2025
ECLI:NL:HR:2025:1448 · Hoge Raad · 7 oktober 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1448
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2025
- Datum publicatie
- 2 oktober 2025
- Zaaknummer
- 23/04754
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1448
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanwezig hebben van cocaïne (art. 2.C Opiumwet), aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet) en mishandeling (art. 300.1 Sr). 1. Kernroljurisprudentie en verhindering van raadsman in eerste aanleg, art. 423.2 Sv. Vormt gesteld verzuim (Pr heeft niet beslist op aanhoudingsverzoek van raadsman) grond voor terugwijzing van zaak naar Rb? 2. Afwijzing van voorwaardelijk verzoek om onderzoek te laten uitvoeren door gedragskundige naar toerekenbaarheid van verdachte t.a.v. mishandeling.
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 29 november 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:2999Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 juni 2025
ECLI:NL:PHR:2025:716Hoge Raad · 7 oktober 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1448
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04754
Datum 7 oktober 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 29 november 2023, nummer 22-000338-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.J. Weldam bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.L.J. van Strien als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 oktober 2025.