Strafrecht overig

Wederspannigheid (art. 180 Sr). 1. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan verzoek tot horen van moeder van…

Hoge Raad, 25 november 2025

Zaakgegevens

Op 25 november 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 november 2025
Datum publicatie
19 november 2025
Zaaknummer
24/01985
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1724
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wederspannigheid (art. 180 Sr). 1. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan verzoek tot horen van moeder van verdachte als (ttz. verschenen) getuige, op de grond dat dit niet van belang is voor beantwoording van vragen van art. 348-350 Sv. 2. Verweer dat opsporingsambtenaren onrechtmatig hebben opgetreden, nu verdachte van zijn moeder in woning mocht blijven en verbalisanten zich onnodig grievend hebben uitgelaten jegens verdachte.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 13 mei 2024

    ECLI:NL:GHDHA:2024:2907
  2. Conclusie A-G · 9 september 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:933
  3. Hoge Raad · 25 november 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1724

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01985

Datum 25 november 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 mei 2024, nummer 22-003436-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 november 2025.