Strafrecht overig

Grootschalige DigiD-fraude met huur- en/of zorgtoeslagen. Medeplegen schending van ambtsgeheim, meermalen…

Hoge Raad, 2 december 2025

Zaakgegevens

Op 2 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 december 2025
Datum publicatie
27 november 2025
Zaaknummer
23/04795
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1790
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Grootschalige DigiD-fraude met huur- en/of zorgtoeslagen. Medeplegen schending van ambtsgeheim, meermalen gepleegd (art. 272.1 Sr), medeplegen oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr) en medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr). Bewijsklacht medeplegen. Heeft hof specifieke bijdrage van verdachte aan afzonderlijke strafbare feiten toereikend gemotiveerd?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04797 en met HR:2024:1446 en HR:2024:1453.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 november 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:980
  2. Hoge Raad · 2 december 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1790

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/04795

Datum 2 december 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2023, nummer 21-002192-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D. Bektesevic bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 december 2025.