Strafrecht overig

Medeplegen diefstal van auto’s d.m.v. valse sleutels (art. 311.1 Sr) en deelname aan criminele organisatie…

Hoge Raad, 2 december 2025

Zaakgegevens

Op 2 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 december 2025
Datum publicatie
3 december 2025
Zaaknummer
23/02723
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1824
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen diefstal van auto’s d.m.v. valse sleutels (art. 311.1 Sr) en deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Bewijsklacht diefstal van auto t.a.v. herkenning van verdachte, aanwezigheid van auto van verdachte op plaats delict en medeplegen. 2. Bewijsklacht diefstal van andere auto t.a.v. medeplegen. 3. Bewijsklacht deelname aan criminele organisatie t.a.v. “deelneming”.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/02903 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 11 november 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1202
  2. Hoge Raad · 2 december 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1824

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02723

Datum 2 december 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 juli 2023, nummer 21-001714-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat R.A. van der Horst bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze elf maanden en twee weken beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 december 2025.