Strafrecht overig

Gewelddadige woningoverval. Medeplegen diefstal met geweld van bitcoins (art. 312.2.2 Sr) door zich voor te…

Hoge Raad, 9 december 2025

Zaakgegevens

Op 9 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 december 2025
Datum publicatie
3 december 2025
Zaaknummer
24/01261
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1829
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gewelddadige woningoverval. Medeplegen diefstal met geweld van bitcoins (art. 312.2.2 Sr) door zich voor te doen als medewerker van telecommunicatiebedrijf. 1. Heeft hof de grondslag van tll. verlaten door tlgd. “althans” te wijzigen in “en”? 2. Bewijsklachten promis-werkwijze. 3. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt strekkende tot vrijspraak, art. 359.2 Sv. 4. Bewijsklacht medeplegen.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/01395.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 29 maart 2024

    ECLI:NL:GHARL:2024:2218
  2. Conclusie A-G · 4 november 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1133
  3. Hoge Raad · 9 december 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1829

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01261

Datum 9 december 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 maart 2024, nummer 21-005287-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zes jaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze vijf jaren en negen maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.