Strafrecht overig

Openlijke geweldpleging tijdens vechtpartij tussen beveiligers in fastfoodrestaurant (verdachte en zijn…

Hoge Raad, 9 december 2025

Zaakgegevens

Op 9 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 december 2025
Datum publicatie
4 december 2025
Zaaknummer
24/00726
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1838
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Openlijke geweldpleging tijdens vechtpartij tussen beveiligers in fastfoodrestaurant (verdachte en zijn medeverdachte) en klanten, art. 141.1 Sr. Noodweer, art. 41.1 Sr. 1. Kon hof bij verwerping van beroep op noodweer oordelen dat verdachte heeft bijgedragen aan ontstaan van vechtpartij? 2. Heeft hof zijn oordeel dat gedragingen van aangever geen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding vormden waartegen verdediging geboden was, toereikend gemotiveerd? 3. Kon hof oordelen dat verdachte geen beroep op noodweer toekomt t.a.v. slaan met stoel en vastpakken van benen van aangever?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00671.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 16 februari 2024

    ECLI:NL:GHDHA:2024:2911
  2. Conclusie A-G · 18 november 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1268
  3. Hoge Raad · 9 december 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1838

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/00726

Datum 9 december 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 februari 2024, nummer 22-000760-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat B. Kizilocak bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.