Strafrecht overig

Zware mishandeling van ex-partner (art. 302.1 Sr). 1. Strafmotivering (gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan…

Hoge Raad, 9 december 2025

Zaakgegevens

Op 9 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 december 2025
Datum publicatie
4 december 2025
Zaaknummer
24/01060
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1839
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Zware mishandeling van ex-partner (art. 302.1 Sr). 1. Strafmotivering (gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk). 2. Vordering benadeelde partij t.a.v. bevestiging vonnis Pr en immateriële schade (art. 6:106.b BW).

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 13 maart 2024

    ECLI:NL:GHDHA:2024:1266
  2. Conclusie A-G · 18 november 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1340
  3. Hoge Raad · 9 december 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1839

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01060

Datum 9 december 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 maart 2024, nummer 22-002073-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat L.E.G. van der Hut bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

Namens de benadeelde partij [benadeelde] heeft de advocaat M.P. de Klerk een verweerschrift ingediend.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.