Strafrecht overig

Deelname aan criminele organisatie (art. 11b Opiumwet en art. 140.1 Sr), (medeplegen) witwassen, meermalen…

Hoge Raad, 18 februari 2025

Zaakgegevens

Op 18 februari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 februari 2025
Datum publicatie
10 februari 2025
Zaaknummer
23/01487
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:214
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Deelname aan criminele organisatie (art. 11b Opiumwet en art. 140.1 Sr), (medeplegen) witwassen, meermalen gepleegd (art. 420bis.1.b Sr), (medeplegen) aanwezig hebben van cocaïne en heroïne, meermalen gepleegd (art. 2.C Opiumwet) en medeplegen voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (art. 26.1 WWM). 1. Bewijsklacht deelname aan criminele organisatie. 2. Afwijzing van bij appelschriftuur gedaan verzoek tot horen van 2 getuigen. 3. Heeft hof verzuimd te beslissen op het tijdens inhoudelijke behandeling ttz. in hoger beroep herhaalde verzoek om 2 getuigen te horen? 4. Bewijsklacht witwassen. Heeft verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onaannemelijke verklaring afgelegd over herkomst van de bij hem aangetroffen horloges en van contant geld? 5. Bewijsklacht medeplegen voorhanden hebben van vuurwapens. 6. Bewijsklacht medeplegen aanwezig hebben van harddrugs. 7. Kwalificatieklacht witwassen t.a.v. voorhanden hebben en verwerven van geldbedragen. Beroep op kwalificatie-uitsluitsluitingsgrond witwassen. 8. Strafmotivering (gevangenisstraf van 7 jaren en 6 maanden, en geldboete van € 100.000). Motivering opgelegde geldboete van € 100.000. 9. Verbeurdverklaring van diverse auto’s, geldbedragen en andere luxegoederen. Had hof de waarde van verbeurdverklaarde voorwerpen in mindering moeten brengen op opgelegde geldboete?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/01425, 23/01480 en 23/01525 en met 23/01428 (niet gepubliceerd;  geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 19 november 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1243
  2. Hoge Raad · 18 februari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:214

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01487

Datum 18 februari 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 april 2023, nummer 23-001992-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.