Strafrecht overig
Medeplegen moord door in 2017 in Breda na feestje in café op openbare weg met vuurwapen 13 kogels op…
Hoge Raad, 18 februari 2025
ECLI:NL:HR:2025:256 · Hoge Raad · 18 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-256
Zaakgegevens
Op 18 februari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 februari 2025
- Datum publicatie
- 13 februari 2025
- Zaaknummer
- 23/04143
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:256
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen moord door in 2017 in Breda na feestje in café op openbare weg met vuurwapen 13 kogels op bovenlichaam van ander af te vuren, art. 289 Sr. Inzet Werken Onder Dekmantel-traject, art. 126j Sv. 1. Bewijsklachten m.b.t. verslaglegging WOD-traject. Kon hof oordelen dat verklaringen van verdachte niet zijn verkregen in strijd met zijn verklaringsvrijheid en dat p-v’s van politieel informatie-inwinners in beginsel bruikbaar zijn voor bewijs? 2. Schriftuur benadeelde partij, art. 361.3 Sv. Is oordeel hof dat behandeling van vordering b.p., v.zv. strekkende tot vergoeding van gederfd levensonderhoud en kosten voor opstellen van schadeberekening, onevenredige belasting van strafgeding met zich zou brengen, begrijpelijk?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04172 en HR:2024:1841.
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 21 februari 2020
ECLI:NL:RBZWB:2020:863Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 oktober 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:3512(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 januari 2025
ECLI:NL:PHR:2025:41Hoge Raad · 18 februari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:256
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04143
Datum 18 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 oktober 2023, nummer 20-000646-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
Namens de benadeelde partij [benadeelde] heeft F.J.M. Hamers, advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De raadsvrouw van de verdachte heeft een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partij [benadeelde] zijn voorgesteld
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.