Strafrecht overig

Eendaadse samenloop van medeplegen diefstal met geweld (art. 312.2.2 Sr) en medeplegen afpersing (art. 317.3…

Zaakgegevens

Op 22 april 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 april 2025
Datum publicatie
17 april 2025
Zaaknummer
22/04612
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:633
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Eendaadse samenloop van medeplegen diefstal met geweld (art. 312.2.2 Sr) en medeplegen afpersing (art. 317.3 jo. 312.2.2 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Redelijke termijn in hoger beroep. Heeft hof beslist op het door verdediging gevoerde verweer dat redelijke termijn in h.b. is overschreden?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/04572.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 6 december 2022

    ECLI:NL:GHAMS:2022:3798
  2. Conclusie A-G · 18 maart 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:128
  3. Hoge Raad · 22 april 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:633

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04612

Datum 22 april 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 december 2022, nummer 23-000617-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat L.C. de Lange bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 26 maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze 25 maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2025.