Strafrecht overig

Poging tot doodslag in verkeer door in 2020 in Kerkrade verhaal te gaan halen, nadat hij is gemaand rustiger…

Hoge Raad, 20 mei 2025

Zaakgegevens

Op 20 mei 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 mei 2025
Datum publicatie
7 mei 2025
Zaaknummer
23/05014
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:715
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot doodslag in verkeer door in 2020 in Kerkrade verhaal te gaan halen, nadat hij is gemaand rustiger te rijden, en tegen 72-jarig slachtoffer aan te rijden als gevolg waarvan slachtoffer 19 meter verder op grond is neergekomen en zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, art. 287 jo. 45 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg van poging tot doodslag en veroordeling voor lichamelijk letsel door schuld (roekeloosheid) in verkeer. Bewijsklachten opzet. 1. Kon hof oordelen dat verdachte willens en wetens aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat slachtoffer zou komen te overlijden, nu verdachte voorafgaand aan botsing een noodremming heeft ingezet en uitwijkmanoeuvre naar rechts heeft gemaakt? 2. Verweer dat “botssnelheid” niet zodanig is geweest dat risico op overlijden aanmerkelijk was. Kon hof oordelen dat verweer “geen steun vindt in het recht”?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 december 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:4313
  2. Conclusie A-G · 22 april 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:460
  3. Hoge Raad · 20 mei 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:715

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/05014

Datum 20 mei 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 december 2023, nummer 20-002370-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat B.G. Janssen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.L.J. van Strien als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. BroekhuizenMeuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2025.