Strafrecht overig
Onderzoek Amber. Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. vervoeren en invoeren van cocaïne door aanwezig…
ECLI:NL:HR:2025:736 · Hoge Raad · 13 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-736
Zaakgegevens
Op 13 mei 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 mei 2025
- Datum publicatie
- 12 mei 2025
- Zaaknummer
- 23/01593
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:736
Samenvatting
Onderzoek Amber. Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. vervoeren en invoeren van cocaïne door aanwezig te zijn bij heimelijke bespreking met personen uit Colombia en Venezuela in koffiehuis, art. 10a.1.2 jo. 10.4 en 10.5 Opiumwet. 1. Afwijzing van een bij appelschriftuur gedaan en ttz. in hoger beroep gehandhaafd verzoek tot horen van getuige à décharge, op de grond dat redelijkerwijs valt aan te nemen dat verdachte door afwijzing niet in zijn verdediging wordt geschaad. 2. Bewijsklachten en verweer dat gedragingen van verdachte geen voorbereidingshandelingen a.b.i. art. 10a Opiumwet opleveren.
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/01465, 23/01510 P, 23/01511, 23/01513 P, 23/01604, 23/01614 en 23/01616 P en met 23/01582 (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend; verdachte n-o).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 februari 2025
ECLI:NL:PHR:2025:236Hoge Raad · 13 mei 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:736
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/01593
Datum 13 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 14 april 2023, nummer 23-002229-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de beperkte mate van overschrijding van de redelijke termijn volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 mei 2025.