Strafrecht overig

Ontslag van alle rechtsvervolging t.z.v. doodslag door in 2022 in Lelystad zijn vrouw in hun woning te…

Hoge Raad, 7 juli 2026

Zaakgegevens

Op 7 juli 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 juli 2026
Datum publicatie
1 juli 2026
Zaaknummer
25/01535
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1129
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ontslag van alle rechtsvervolging t.z.v. doodslag door in 2022 in Lelystad zijn vrouw in hun woning te wurgen, art. 287 Sr. TBS met voorwaarden opgelegd. 1. Bewijsklachten alternatieve scenario’s en opzet. Kon hof oordelen dat verdachte vol opzet had op dood van slachtoffer? 2. Verweer over het ontbreken van causale relatie tussen het handelen van verdachte en dood van slachtoffer (causaliteitsverweer). Kon hof oordelen dat dood van slachtoffer aan verdachte kan worden toegerekend?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 9 april 2025

    ECLI:NL:GHARL:2025:2164
  2. Conclusie A-G · 12 mei 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:484
  3. Hoge Raad · 7 juli 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1129

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/01535

Datum 7 juli 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 april 2025, nummer 21-002640-24, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat Y. Moszkowicz bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2026.