Strafrecht overig

Ontucht met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige door als groepsleider in gesloten…

Hoge Raad, 6 januari 2026

Zaakgegevens

Op 6 januari 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 januari 2026
Datum publicatie
2 januari 2026
Zaaknummer
24/02488
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:12
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ontucht met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige door als groepsleider in gesloten jeugdzorginrichting voor kwetsbare jongeren seksuele handelingen te verrichten met 16-jarig meisje (meermalen gepleegd), art. 249.1 (oud) Sr. Afwijzing van (voorwaardelijke) verzoeken tot horen van 4 getuigen à décharge en tot toevoegen van verschillende stukken aan dossier, op grond van noodzaakcriterium.

HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HRR:2021:1254.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 14 oktober 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1107
  2. Hoge Raad · 6 januari 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:12

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/02488

Datum 6 januari 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 juni 2024, nummer 21-004074-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2026.