Strafrecht overig

Deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr), medeplegen bedrijfsmatige hennepteelt (art. 3.B jo…

Hoge Raad, 14 juli 2026

Zaakgegevens

Op 14 juli 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 juli 2026
Datum publicatie
6 juli 2026
Zaaknummer
25/01275
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1204
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr), medeplegen bedrijfsmatige hennepteelt (art. 3.B jo. 11.3 Opiumwet) en openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr). 1. Bewijsklacht deelneming aan criminele organisatie t.a.v. opzet op deelneming. 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 18 maanden). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over strafoplegging inhoudende verzoek om onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan duur van voorarrest en taakstraf op te leggen, art. 359.2 Sv.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 25/01146, 25/01148, 25/01197, 25/01199, 25/01277, 25/01279 P, 25/01288 en 25/01299 en met 25/01198 P, 25/01200 P en 25/01280 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28 maart 2025

    ECLI:NL:GHSHE:2025:866
  2. Conclusie A-G · 19 mei 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:466
  3. Hoge Raad · 14 juli 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1204

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/01275

Datum 14 juli 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 maart 2025, nummer 20-001860-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten L.P.H. Hameleers en M. Draaijers bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2026.