Strafrecht overig

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen bedrijfsmatige en grootschalige hennepteelt (art. 3.B jo…

Hoge Raad, 17 maart 2026

Zaakgegevens

Op 17 maart 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 maart 2026
Datum publicatie
13 maart 2026
Zaaknummer
24/01206
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:428
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen bedrijfsmatige en grootschalige hennepteelt (art. 3.B jo. 11.3 en 11.5 ) en medeplegen diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311.1 Sr). Dubbel verstek. Had hof tot inhoudelijke behandeling van zaak moeten overgaan, omdat in eerste aanleg een schending van behoorlijke procesorde heeft plaatsgevonden, nu dagvaardingstermijn van art. 265.1 Sv niet in acht is genomen?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/01222 P.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 6 januari 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:8
  2. Hoge Raad · 17 maart 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:428

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01206

Datum 17 maart 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 maart 2022, nummer 21-001549-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat V.P.J. Tuma bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2026.