Strafrecht overig

Caribische zaak. Profijtontneming, w.v.v. uit passieve ambtelijke omkoping en deelnemen aan aannemingen of…

Hoge Raad, 27 januari 2026

Zaakgegevens

Op 27 januari 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 januari 2026
Datum publicatie
12 januari 2026
Zaaknummer
24/01923
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:47
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Caribische zaak. Profijtontneming, w.v.v. uit passieve ambtelijke omkoping en deelnemen aan aannemingen of leveranties waarover hem op tijdstip van handeling geheel of ten dele bestuur of toezicht is opgedragen. Duur van vervangende hechtenis (540 dagen). Kon hof bij bepalen van duur van vervangende hechtenis aanknopen bij Nederlandse LOVS-oriëntatiepunten, gelet op aanmerkelijk ongunstigere detentieomstandigheden in Sint Maarten?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/01922 C.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 16 september 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1002
  2. Hoge Raad · 27 januari 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:47

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01923 PC

Datum 27 januari 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 24 januari 2024, nummer H 175/2021, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat G. Spong bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 januari 2026.