Strafrecht overig

(Medeplegen) witwassen van geldbedrag (€ 6.100) door bankrekening ter beschikking te stellen aan zijn…

Hoge Raad, 19 mei 2026

Zaakgegevens

Op 19 mei 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 mei 2026
Datum publicatie
13 mei 2026
Zaaknummer
25/00518
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:758
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

(Medeplegen) witwassen van geldbedrag (€ 6.100) door bankrekening ter beschikking te stellen aan zijn drugsdealer t.b.v. bankfraude t.a.v. stichting, art. 420bis.1.b Sr. 1. Bewijsklacht medeplegen. 2. Innerlijke tegenstrijdigheid bewezenverklaring. Is in bewezenverklaring sprake van plegen en medeplegen witwassen m.b.t. dezelfde geldstroom? 3. Oplegging schadevergoedingsmaatregel t.b.v. stichting, art. 36f Sr. Kon hof oordelen dat is voldaan aan vereisten voor schadevergoedingsmaatregel, nu benadeelde partij n-o is in vordering? 4. Strafmotivering (voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken en taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis). Toepassing LOVS-oriëntatiepunten.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 31 januari 2025

    ECLI:NL:GHAMS:2025:265
  2. Conclusie A-G · 10 maart 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:79
  3. Hoge Raad · 19 mei 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:758

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/00518

Datum 19 mei 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 31 januari 2025, nummer 23-001454-24, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat T. Kocabas bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026.