Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 24 november 1998 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
24 november 1998
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
107.972
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:1998:ZD3871
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Uitspraak

24 november 1998

Strafkamer

nr. 107.972

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 1 april 1997 alsmede tegen alle op de terechtzitting van dit Hof gegeven beslissingen in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952, wonende te [geboorteplaats].

1. De bestreden einduitspraak

Het Hof heeft het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in zijn strafvervolging ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde, voorzover betrekking hebbend op de periode tot (de Hoge Raad begrijpt: van) 1 september 1979 tot 5 oktober 1982 en voorts in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 26 maart 1996 - de verdachte ter zake van 1. "vleselijke gemeenschap hebben met een meisje beneden de leeftijd van twaalf jaren, meermalen gepleegd" en "buiten echt vleselijk gemeenschap hebben met een vrouw die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, meermalen gepleegd" en 2. "ontucht plegen met zijn minderjarig stiefkind, meermalen gepleegd" veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr A. Visser, advocaat te Almelo, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of van de rechtsontwikkeling.

4. Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Davids als voorzitter, en de raadsheren Koster en Aaftink, in bijzijn van de waarnemend-griffier Smid-Verhage, en uitgesproken op 24 november 1998.