Strafrecht overig
Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig
ECLI:NL:HR:1998:ZD3875 · Hoge Raad · 24 november 1998
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-1998-zd3875
Zaakgegevens
Op 24 november 1998 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 november 1998
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 108.232
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:1998:ZD3875
Procesgang
Hoge Raad · 24 november 1998deze uitspraak
ECLI:NL:HR:1998:ZD3875
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 november 1998
ECLI:NL:PHR:1998:ZD3875
Uitspraak
24 november 1998
Strafkamer
nr. 108.232
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Arrondissements-rechtbank te Groningen van 21 december 1995 in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, wonende te [plaats].
1. De bestreden uitspraak
De Rechtbank heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter te Groningen van 1 februari 1994 - de verdachte ter zake van "overtreding van het bepaalde bij artikel 21, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990" veroordeeld tot een geldboete van driehonderdtachtig gulden, subsidiair vier dagen hechtenis.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr H.E. Brink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het bestreden vonnis zal vernietigen behalve voorzover daarbij het vonnis van de Kantonrechter is vernietigd en dat de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vervolging.
De Hoge Raad heeft kennis genomen van een na de terechtzitting waarop de conclusie van het Openbaar Ministerie is genomen nog ingekomen brief van de raadsman, gedateerd 19 oktober 1998.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De mededeling uitspraak hoger beroep is op 4 maart 1996 aan de verdachte - niet in persoon - betekend. Uit de stukken van het geding blijkt niet dat gedurende twee jaren daarop volgend enige daad van vervolging is verricht. De in art. 70, aanhef en onder 1º, Sr bepaalde termijn van verjaring is dus vervuld, zodat het recht tot strafvordering is vervallen.
4. Slotsom
Uit het voorgaande vloeit voort dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, behalve voorzover daarbij het vonnis van de Kantonrechter is vernietigd, de middelen geen bespreking behoeven en de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak, behalve voorzover daarbij het vonnis van de Kantonrechter is vernietigd;
Verklaart de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk in de vervolging.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Davids als voorzitter, en de raadsheren Koster en Schipper, in bijzijn van de waarnemend-griffier Smid-Verhage, en uitgesproken op 24 november 1998.