Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Hoge Raad, 24 november 1998

Zaakgegevens

Op 24 november 1998 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
24 november 1998
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
108.001
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:1998:ZD8925
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 6 oktober 1998

    ECLI:NL:PHR:1998:57
  2. Hoge Raad · 24 november 1998deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:1998:ZD8925

Uitspraak

24 november 1998

Strafkamer

nr. 108.001

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 25 april 1996 in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1945, zonder bekende woonplaats hier te lande, ten tijde van het instellen van beroep in cassatie gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting " [plaats] " te [plaats] .

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 6 januari 1994 - de verdachte ter zake van 1. "een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren" en 2. "diefstal" veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de vorderingen van de beledigde partijen toegewezen in voege als in het arrest vermeld.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.

De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad oordeelt geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd.

Daarom moet het cassatieberoep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt en Corstens, in bijzijn van de griffier Van de Griendt, en uitgesproken op 24 november 1998.