Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 24 november 1998 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
24 november 1998
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
108.503
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:1998:ZD9364
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Uitspraak

24 november 1998

Strafkamer

nr. 108.503

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Roermond van 7 februari 1997 in de strafzaak tegen :

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948, wonende te [plaats].

1. De bestreden uitspraak

De Rechtbank heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter te Roermond van 12 april 1995 - de verdachte ter zake van 1. tot en met 32. telkens opleverende: "overtreding van artikel 30, eerste lid, van de Wet Personenvervoer" veroordeeld tot tweeëndertigmaal een geldboete van telkens éénhonderdvijf gulden, subsidiair telkens twee dagen hechtenis.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad oordeelt geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd.

Daarom moet het cassatieberoep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt en Orie, in bijzijn van de griffier Van de Griendt, en uitgesproken op 24 november 1998.