Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Hoge Raad, 21 september 1999

Zaakgegevens

Op 21 september 1999 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
21 september 1999
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
110.808
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:1999:ZD3526
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 1 juni 1999

    ECLI:NL:PHR:1999:30
  2. Hoge Raad · 21 september 1999deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:1999:ZD3526

Uitspraak

21 september 1999

Strafkamer

nr. 110.808

AB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 juni 1998 alsmede tegen alle op de terechtzitting van dit Hof gegeven beslissingen in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951, wonende te [plaats].

1. De bestreden einduitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissements- rechtbank te 's-Gravenhage van 25 september 1997 - de verdachte vrijgesproken van het haar bij inleidende dagvaarding onder 2 tenlastegelegde en haar voorts ter zake van "diefstal" veroordeeld tot één week gevangenisstraf, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren alsmede tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van dertig uren, in plaats van één week gevangenisstraf.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr A.P. Visser, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Corstens en Balkema, in bijzijn van de griffier Bakker, en uitgesproken op 21 september 1999.